![]() |
||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||
|
Bernie S. Siegel Bernie Siegel kreeg als chirurg heel veel te maken met kankerpatiënten. Hij werkte hard en voelde een grote verantwoordelijkheid in zijn werk. Hij begon een dagboek bij te houden als uitlaatklep voor zijn wanhoop. Hoe kon hij de kracht vinden om al deze mensen te steunen in hun strijd? Hij begon serieus te denken aan een andere carrière. Hij overwoog om leraar of dierenarts te worden. Hij kon niet tot een besluit komen maar realiseerde zich wel dat hij met mensen wilde werken. Dankzij de analyse van zijn dagboek begreep hij dat hij zijn houding tegenover de medische wereld moest veranderen. De hele dag was hij bezig met gevallen, kaarten, ziekten, genees-wijze, stafleden en prognoses in plaats van met mensen. Hij werd zich ervan bewust dat hij een standaardverdediging tegen pijn en falen had aangenomen. Juist op het moment dat de patiënten hem het meest nodig hadden, nam hij afstand om niet zijn eigen pijn te voelen. Hij richtte zijn praktijkruimte anders in, hij schoof zijn bureau tegen de muur zodat hij tegenover zijn patiënt kwam te zitten en moedigde patiënten aan om hem bij zijn voornaam te noemen. Dat betekende dat hijzelf respect moest verdienen en niet om wat hij had geleerd. Het was een simpele en effectieve manier om de barrière tussen arts en patiënt te verkleinen. Voor het eerst in zijn leven begon hij te begrijpen wat het betekent om met kanker te leven. De angst te kennen dat de kanker zich uitzaait, zelfs terwijl je met je arts spreekt, de afwas doet, met de kinderen speelt, werkt, slaapt of aan het vrijen bent. |
|||||||||||||||
| Workshop In juni 1978 ging Bernie Siegel naar een nascholingscursus; “Psychologische factoren, stress en kanker”.Deze werd gegeven door de oncoloog Carl Simonton en de psychologe Stephanie Mattheuws. Tot zijn verbazing waren er onder de 75 deelnemers geen andere reguliere geneeskundigen. De meeste deelnemers waren maatschappelijk werkers, patiënten of psychologen. Zijn ergernis werd groter toen veel deelnemers hem vertelden dat zij al iets over deze benadering hadden gehoord. Hij hoorde daar voor het eerst dingen die tijdens zijn medische opleiding niet eens waren aangestipt. De wisselwerking tussen lichaam en geest vormde een apart vak en was onbekend bij medische specialisten. Bernie Siegel leerde mediteren en ontdekte zelf zijn innerlijke raadsman tijdens een geleidefantasie. Na zijn ervaring met de Simontons startte hij met hulp van zijn vrouw en een van zijn verpleegsters een therapiegroep; ECaP( Exceptional Cancer Patients = Wonderbaarlijke Kanker Patiënten). Ze kozen het boek van Simonton ”Opweg naar herstel”, als studieboek. Hij stuurde honderden patiënten een brief, ze meldden daarin dat de patiënten langer en beter konden leven met behulp van de technieken die ECaP hun wilde leren. Ze verwachtten een grote opkomst, iedereen wilde toch genezen? In totaal kwamen er twaalf mensen. Drie groepen kankerpatiënten Dr. Bernie S. Siegel ontdekte dat je kankerpatiënten in drie groepen kunt verdelen. Ongeveer 15 tot 20 procent van de patiënten wil onbewust of zelfs bewust sterven. Op een of ander niveau verwelkomen ze hun ziekte als een manier om door de dood of een ziekte aan hun problemen te kunnen ontsnappen. Vaak voelen deze patiënten zich ellendig, machteloos en hulpeloos. Ze hebben het leven al opgegeven. Ziekte is dan een vlucht uit het dagelijkse leven omdat het zinloos is geworden. De grootste groep patiënten ongeveer 60 tot 70 procent doet precies wat hun dokter zegt. Bernie Siegel zegt; “Het zijn net acteurs op auditie. Ze treden op om de artsen tevreden te houden. Ze doen precies wat de arts wil. Komen stipt op tijd en nemen hun pillen keurig in. Ze trekken de menig van de arts niet in twijfel. Ze zullen niet zelf iets gaan ondernemen. Ze maken niet de keuze die ze voor zich zelf goed vinden”. De andere groep ongeveer 15 tot 20 procent noemt Bernie Siegel; “de wonderbaarlijke patiënten”. Ze spelen geen rol maar zijn zichzelf. Ze gaan op zoek naar informatie en worden specialisten in hun eigen behandeling. Ze willen alles weten over het verloop en de behandeling. Ze denken mee over de mogelijkheden naar herstel. Ze komen op voor zichzelf. Ze maken hun eigen keuzes. Bernie Siegel ontdekte dat 80 procent van zijn patiënten ongewenst, of als kind onverschillig waren behandeld. Boodschappen zoals; “We wilden liever een jongen dan een meisje” of ”Ik wou dat ik een abortus had gehad in plaats van jou” leiden tot een levenslang gevoel van waardeloosheid. Op een heel diep niveau kan een ziekte dan een manier zijn om alsnog aan de wensen van hun ouders te voldoen. En op deze manier kunnen ze nog aantonen goed genoeg te zijn of liefde te ontvangen. |
||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||